Archief voor Categorie Nederland

De SPRAKAB-affaire: Toptaalanalist blijkt charlatan en controlerende linguïsten hebben nooit iets gemerkt!

Op 'wetenschappelijke' tandem-methode gestoelde taalanalyse in asielprocedure is feitelijk eenmanshandeling door amateur.

Op ‘wetenschappelijke’ tandem-methode gestoelde taalanalyse in asielprocedure is feitelijk eenmanshandeling door amateur.

Met een knap staaltje onderzoeksjournalistiek en het ontmaskeren van een toptaalanalist als charlatan hebben Zweedse journalisten afgelopen november een bom gelegd onder het onder westerse immigratiediensten wijdverspreide en veelvuldig gehanteerde onderzoeksinstrument van de taalanalyse als middel herkomstbepaling. De journalisten wisten te onthullen dat een Somalische man, die reeds acht jaar als taalanalist voor het Zweedse bureau Sprakab werkzaam is en gedurende deze periode ruim vijfduizend taalanalyses in Somalische asielzaken heeft verricht en daarmee geldt als één van de toptaalanalisten van Sprakab, gelogen heeft over zijn vooropleidingen. Zo had de taalanalist aangegeven gedurende vier jaar de opleiding Sociologie aan de Universiteit van Stockholm te hebben gevolgd, terwijl uit de administratie van deze universiteit zou blijken dat betrokkene reeds na een eerste semester is afgehaakt. Tevens zou de taalanalist hebben gelogen over het volgen van een studie Statistiek en diverse talencursussen.

Wat op het eerste gezicht als een simpele fraudezaak overkomt raakt echter aan het fundament van de methode waarmee immigratiediensten wereldwijd het forensische onderzoeksinstrument van de taalanalyse ten behoeve van herkomstbepalingen in de asielprocedure hanteren. Hieronder volgt een korte overzichtelijke toelichting, waaruit blijkt dat  de gevolgen van deze ontmaskering niet alleen de Zweedse landsgrenzen overstijgen maar ook een directe aanleiding vormen voor het in vraag stellen van de validiteit van de gehanteerde taalanalysemethode en de betrouwbaarheid van haar resultaten.

‘Big’ business op internationaal niveau
Zo geldt het Zweedse Sprakab als één van de pioniers op het gebied van het creëren en uitvoeren van de taalanalyse als middel herkomstbepaling in zaken van asielzoekers waarin wordt getwijfeld over het waarheidsgehalte van de verklaarde herkomst. Sinds de eeuwwisseling levert Sprakab taalanalyses aan een breed cliëntèle van immigratiediensten en asieladvocaten uit onder meer Australië, Zweden, Canada en het Verenigd Koninkrijk. Ook van de Nederlandse Immigratie- & Naturalisatiedienst (IND) is bekend dat deze gebruik maakt van de diensten van Sprakab. Daarnaast is er sinds 2000 sprake van een hechte samenwerking tussen het Zweedse semi-private bedrijf en het naar haar voorbeeld opgerichte Bureau Land & Taal (BLT), de door de Nederlandse overheid opgezette dienst die op verzoek van de IND taalanalyses uitvoert in asielzaken waarin de IND naar voren heeft gebracht twijfels te hebben over de verklaarde herkomst van de asielzoeker. Ten slotte is bekend dat ook Nederlandse asieladvocaten occasioneel het Zweedse Sprakab inschakelen voor het bekomen van een zogenaamde contra-expertise in zaken waarin een taalanalyse van BLT de verklaarde herkomst van een asielzoeker eenduidig heeft verworpen.

Vragen bij ‘wetenschappelijkheid’ methode taalanalyse
De door Sprakab –en door het Nederlandse BLT overgenomen en- gehanteerde methode waarmee taalanalyses worden verricht staat bekend als de zogenaamde “tandem-methode”. Senior linguïste Cambier-Langeveld van BLT beschrijft deze als ‘het in tandem inzetten van de deskundigheid van zowel de moedertaalsprekers als taalkundigen’, waarbij de inzet van beiden daarbij op zo’n manier dient te gebeuren ‘dat de analyse profiteert van (a) het analytisch vermogen en de theoretische kennis van de taalkundige, en (b) de ervaring die de oplettende moedertaalspreker heeft met de betrokken taal(varianten)¹.’

In de praktijk geldt dat een moedertaalspreker van een bepaalde taal geselecteerd, getraind en begeleid wordt tot taalanalist door één van de academisch geschoolde linguïsten in dienst van Sprakab/BLT, waarna elke door de taalanalist verrichte taalanalyse standaard met een linguïst besproken wordt. Tevens zouden er, om de kwaliteit van de taalanalyses extra te waarborgen, op gezette tijden steekproefsgewijze controles van de analyses van de taalanalisten plaatsvinden.

De ontmaskering van de Sprakab-toptaalanalist EA20 als charlatan doet dan ook ernstige vragen rijzen over de betrouwbaarheid en waarde van deze werkwijze en, per definitie, over de betrouwbaarheid van de taalanalyses zoals die worden verricht door Sprakab en het Nederlandse BLT. Want hoe kan het dat de begeleidende en controlerende linguïst(en) van Sprakab nimmer vraagtekens hebben geplaatst bij de validiteit, de kwaliteit en de zorgvuldigheid van de meer dan vijfduizend taalanalyses -en de daarop gestoelde herkomstbepalingen- die deze taalanalist gedurende de voorbije acht jaar heeft uitgevoerd!?

‘Aangeboren’ taalgevoel
Voorstanders van de inzet van moedertaalsprekers als taalanalisten zullen stellen dat de vooropleiding van de moedertaalspreker niet van belang is in de selectie, training en begeleiding tot Sprakab-/BLT-taalanalist. Sommigen zullen zelfs beweren dat betrokken taalanalist EA20 wel degelijk beschikt over een aangeboren en ontwikkeld taalgevoel wat hem in staat zou hebben gesteld om de verschillende dialecten en sociolecten in de Somalische taal op gedegen wijze van elkaar te onderscheiden en terug te brengen tot een bepaald gebied in Somalië.

Dergelijke aannames zijn inmiddels -in deze zaak- door de praktijk achterhaald. Zo stelde het Britse Hooggerechtshof zich onlangs in haar leidende uitspraak (Secretary of State for Home Department (Appellant) v MN and KY (Respondents) (Scotland) [2014] UKSC 30) zeer kritisch op over het taalanalysebureau Sprakab en veroordeelde deze de taalanalyse-rapportage van onder meer deze taalanalist EA20 op grond van het gegeven dat deze eerder ‘geheel onbetamelijke’ meningen ventileert dan een gedegen analyse van de spraak van de asielzoekers in kwestie uitvoert. Eenzelfde glashard oordeel is te horen van de zijde van professor Peter Patrick, deskundige op het gebied aan de sociolinguïstiek en verbonden aan de Universiteit van Essex, die de voorbije jaren drieëntwintig taalanalyse rapportages van de taalanalist in kwestie onder ogen heeft gekregen. Deze zouden alle ‘praktisch eenduidig inadequaat’ zijn, omdat deze, ‘algemeen beschouwd, er niet in slagen aan te tonen dat de methodes van analyse die worden gehanteerd degelijk, betrouwbaar en controleerbaar zijn en/of dat de kwalificaties van de taalanalist toereikend zijn voor het uitvoeren van een taalanalyse ten behoeve van een herkomstbepaling’.

Kritiek op de genoemde “tandem-methode”, waarbij moedertaalsprekers als taalanalisten worden ingezet, is niet nieuw. Wetenschappers wereldwijd wijzen er al langer op dat een academische scholing in de taalkunde én expertise in de taal/dialecten in kwestie onontbeerlijk zijn om op valide wijze een taalanalyse ten behoeve van het bepalen van een herkomst te kunnen verrichten. Hoewel het Zweedse Sprakab en het Nederlandse BLT elk beschikken over academisch geschoolde linguïsten die toezien op de training en kwaliteit van de werkzaamheden van de taalanalisten, zijn hun aantal echter op één hand te tellen. In de praktijk heeft dit tot gevolg dat moedertaalsprekers worden geselecteerd, getraind en begeleid in het verrichten van een taalanalyse in een bepaalde taal/dialecten waar de linguïst in kwestie vaak niet in is gespecialiseerd.

Stel je voor dat de Nederlandse spraak van een Groninger wordt geanalyseerd door een moedertaalspreker uit Den Haag met een willekeurige vooropleiding (ICT, zorg, …), vervolgens de resultaten en onderbouwing van de taalanalyse en de daarop gestoelde herkomstbepaling worden besproken met en gecontroleerd door een Chinese linguïst met een expertise in Slavische talen, die tevens verantwoordelijk is voor de selectie, training en begeleiding van de Hagenees als taalanalist… .  Men dient zich dan ook terecht af te vragen waar die zorgvuldige selectie, begeleiding en controle van de taalanalist/moedertaalspreker door de linguïst uit bestaat.

‘Wetenschappelijke’ tandem blijkt amateuristische eenwieler
In Somalische asielzaken speelt nog een factor van belang, die de positie en rol van de linguïst in dit taalanalyse-proces ernstig in vraag stelt. Tot op heden is er namelijk geen gedetailleerde studie van de Somalische taal en haar dialecten voor handen, en stamt het meest recente uitgebreide taalkundige veldonderzoek² dat in Somalië werd verricht uit 1981. Daarenboven is het land sinds 1991 het toneel van een burgeroorlog wat heeft geleid tot het ineenstorten van de overheid, anarchie en grootschalige migratiestromen. Van een dergelijke -langdurige- instabiele situatie is uit de vakliteratuur bekend dat deze kan leiden tot versnelde veranderingen in taalgebruik.

De linguïsten van Sprakab en het Nederlandse BLT kunnen in hun selectie, training en controle van Somalische moedertaalsprekers als taalanalist derhalve enkel toetsen aan sterk verouderde en zeer waarschijnlijk sterk achterhaalde taalbeschrijvingen van de Somalische taal en een aantal van haar dialecten. Daarbovenop is het een bekend gegeven dat het overgrote deel van de moedertaalsprekers die geworven worden als taalanalist zelf voormalige asielzoekers zijn, die in de meeste gevallen al vele jaren niet meer in het land van herkomst hebben verbleven.

In de praktijk van de Somalische taalanalyses leunt de begeleidende linguïst in zijn begeleidende en controlerende functie dan ook feitelijk volledig op de verklaringen van de moedertaalspreker cq. taalanalist over de door de asielzoeker gehanteerde spraak. Daarmee faalt de “tandem-methode” in haar oorspronkelijke opzet en is zij verworden tot een eenmansgebeuren, waarbij de rol van de linguïst er voornamelijk eentje voor de buhne lijkt te zijn: De taalanalyse naar de buitenwereld toe van een wetenschappelijk en betrouwbaar franje te voorzien.

Raad van State doof en blind voor kritische wetenschappers
Dit staaltje van wetenschappelijke framing van de taalanalyse als een valide forensisch onderzoeksinstrument heeft de voorbije jaren haar doel niet gemist. Reeds in 2004 duidde de Raad van State, het hoogste rechtsorgaan in de asielprocedure en het hoogste gerechtshof in het Koninkrijk der Nederlanden, de door BLT verrichte taalanalyses als wetenschappelijk betrouwbaar aan. Sindsdien heeft de IND, met sanctionering door de Raad van State, in haar afhandeling van asielverzoeken een steeds zwaardere en doorslaggevende rol toegedicht aan de resultaten van een taalanalyse waardoor deze in de praktijk thans incontournable is geworden: Een negatieve taalanalyse in combinatie met de afwezigheid van identiteitsdocumenten wordt door de IND thans vaak als voldoende grond geacht om een asielverzoek, zonder enige verdere inhoudelijke beoordeling van de naar voren gebrachte asielmotieven, af te wijzen.

Reactie Britse Immigratiedienst
Inmiddels hebben zowel de Britse als de Nederlandse immigratiedienst, in reactie op de media-aandacht voor het Sprakab-schandaal, aangegeven niet langer samen te werken met het Zweedse taalanalysebureau.

Naar verluidt zou de Britse immigratiedienst reeds in augustus 2014 hebben besloten de samenwerking met Sprakab op te zeggen, drie maanden nadat het Britse Hooggerechtshof in de hierboven reeds aangestipte ‘leidende uitspraak’ had geoordeeld dat het bureau eerder grossierde in het uiten van ‘volstrekt ongepaste’ subjectieve meningen (onder meer over de vraag of een Somalische asielzoeker een bepaald dialect ‘overtuigend’ hanteerde), waar zij enkel de taak had om op onafhankelijke wijze de spraak te analyseren. De Britse immigratiedienst zou thans een samenwerking hebben gesloten met VerifiedAB, een ander Zweeds taalanalysebureau dat echter dezelfde “tandem-methode” hanteert als Sprakab.

Reactie Nederlandse Immigratiedienst
Wanneer precies de IND de samenwerking met Sprakab heeft opgezegd is vooralsnog niet bekend. Evenmin is duidelijk of de IND eveneens is overgestapt naar VerifiedAB. Wel heeft de IND aangegeven dat het ‘niet voor de hand ligt‘ dat de Sprakab-affaire ‘met terugwerkende kracht gevolgen heeft voor asieldossiers’ omdat, aldus een woordvoerder van de IND, ‘de taalanalyses van Sprakab (…) bij ontvangst eerst nog door de taaldeskundigen van de IND (werden) bekeken en teruggestuurd indien deze niet voldeden’.

Een verklaring die door de Nederlandse volksvertegenwoordigers blijkbaar als zoete koek is geslikt, daar de bevindingen van de Zweedse onderzoeksjournalisten, in tegenstelling tot in het Verenigd Koninkrijk, niet tot Kamervragen hebben geleid in Nederland. Nog opmerkelijker is de observatie dat slechts één regionale krant, De Gelderlander, aandacht heeft besteed aan dit voor de IND potentieel explosieve verhaal. Nochtans is het allemaal niet zo ingewikkeld: Bekend is dat geen van de linguïsten bij BLT een expertise hebben in de Somalische taal (dan wel de Koesjitische taalfamilie waartoe het Somalisch behoort) en dat de weinige vakliteratuur over Somalische taalvarianten waarop deze linguïsten eventueel een beroep kunnen doen niet alleen gebrekkig maar ook inmiddels sterk verouderd is. De mededeling van de IND dat de omstreden Somalische taalanalyses van de hand van Sprakab ‘eerst nog door de taaldeskundigen van de IND zijn bekeken’ schept dan ook weinig vertrouwen, integendeel.

In een democratische rechtsstaat als Nederland zou men nochtans van de overheid, die in een juridische context regelmatig een forensisch onderzoeksinstrument ter hand neemt en waarvan de resultaten een dermate grote impact hebben op een zaak, mogen verwachten dat deze alle mogelijke stappen neemt om de betrouwbaarheid van het genoemde instrument te garanderen. Dat gebeurde bijvoorbeeld wel in de strafzaken van de foute geurproeven, maar het lijkt er sterk op dat er andere standaarden gelden in het vreemdelingenrecht.

Business as usual
Inmiddels heeft Vluchtelingenwerk Nederland signalen ontvangen dat de IND in toenemende mate Somalische vluchtelingen, die een verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of een verlenging van hun verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd hebben aangevraagd, ‘uitnodigt’ om een gehoor te ondergaan om de gestelde Somalische herkomst te herbeoordelen.

De IND blijft derhalve in haar rol van poortwachter onverstoorbaar gebruik maken van een hoogst twijfelachtig instrument welke naar de buitenwereld toe gepropageerd wordt als ‘wetenschappelijk’ en ‘betrouwbaar’, zonder dat deze echter ook maar een fractie voldoet aan de gangbare wetenschappelijke validiteitseisen.

 

¹ Cambier-Langeveld, T., ‘De rol van taalkundigen en moedertaalsprekers bij herkomstbepaling op basis van
spraak’, in Asiel- & Migrantenrecht nr. 8, 2010, p. 392-397.
² Lamberti, M., Die Somali-Dialekte, Hamburg, 1986.

Advertenties

, , , , , , , , , , , ,

Een reactie plaatsen

Voorstanders Zwarte Piet delen asielzoekers de zwarte piet toe

xenophobia

De voorbije maanden werd ik op het sociale medium Facebook geconfronteerd met enkele onfrisse teksten die mij de haren ten berge deden rijzen en mijn hart overuren deden draaien –uit boosheid.

De teksten in kwestie komen uit de koker van hen die zich als voorstanders van het behoud van Zwarte Piet kenbaar maken. Dezelfde mensen die al maanden zonder aflaten blijven roepen dat Zwarte Piet een oeroude Nederlandse traditie is die écht niets met racisme te maken heeft. Toegegeven, ik heb de hele discussie over Zwarte Piet in Nederland grotendeels aan me voorbij laten gaan, al hebben met name de heftigheid van de reacties van volwassen Nederlanders over deze kwestie bij mij enkele keren tot een opgetrokken wenkbrauw geleid. Als westers allochtoon ben ik afkomstig uit een land waar de jaarlijkse intrede van Sinterklaas en zijn pieten niets meer is dan een excuus om kinderen tot het zevende levensjaar onder het vooruitzicht van cadeautjes of de zak (en een enkeltje Spanje) tot gehoorzaamheid aan te manen. Al snel daarna vang je als zevenjarige verontrustende geruchten op van kameraadjes of die vreselijke pestkoppen op het schoolplein over Sinterklaas en zijn helpers, volgt een ‘je bent nu oud genoeg om te weten’-gesprek op de schoot van paps of mams, en met de veerkracht die eigen is aan jonge kinderen betreed je al snel opnieuw met een glimlach de wereld tegemoet die, ondanks het wegvallen van die ene traditie, niet is vergaan. Voor het gros van de Nederlanders is Sinterklaas met name een jaarlijks excuus om het familiegevoel een boost te geven, onder het genot van een lekkere maaltijd, kleine presentjes en schertsende gedichtjes, of je nou acht jaar, achttien jaar of achtentachtig jaar oud bent.

Eén van de vele teksten uit de koker van Zwarte Piet voorstanders die op sociale media worden gespuid

Eén van de vele teksten uit de koker van Zwarte Piet voorstanders die op sociale media worden gespuid

In bovenstaande tekst afkomstig van een zelfverklaard voorvechter van het behoud van Zwarte Piet, die ervan overtuigd is dat deze traditie niets met racisme te maken heeft, wordt een verzameling negatieve stereotyperingen en vooroordelen één-op-één opgehangen aan asielzoekers en mensen van Afrikaanse origine. Met één pennenstreek worden twee groepen mensen als criminele buitenlanders weggezet wier komst naar Nederland vooral zou zijn ingegeven door zelfverrijking via sociale voorzieningen gevolgd door het terugdringen van de Nederlandse waarden en normen en het overnemen van ’s lands bestuur. Nog afgezien van het feit dat deze Zwarte Piet fetisjist zich met dit abject stukje qua argumenten aardig in zijn eigen mes stort en zijn queeste eerder tegenwerkt dan ondersteunt, dient erkend te worden dat de hier naar voren gebrachte gedachtegang niet nieuw is.

Veenbrand
Niet ontkend kan worden dat dit verkrachte stukje liedjestekst een morele grens overschrijdt, en een onwelgevallige penetrante geur van racisme en xenofobie uitademt. Echter, het stuk verwoordt sentimenten die al langer als veenbrand woeden onder een deel van de autochtone bevolking. Een veenbrand waar vooralsnog geen brandweer tegen is opgewassen, niet in het minste omdat deze inmiddels traditiegetrouw opgestookt blijft worden door politieke partijen van rechtse en centrumrechtse signatuur. Sinds 2001 proberen deze partijen het door Pim Fortuyn aangeroerde immigratieonderwerp te kapen voor eigen electoraal gewin, wat tot op de dag van vandaag vaak gepaard gaat met een propagandistische anti-retoriek waar de nuance in de regel ver te zoeken is. De voorbije dertien jaar is immigratie dan ook een ‘hot topic’ gebleven. Sinds Balkenende I schetsen deze (centrum-)rechtse partijen traditiegetrouw een doemscenario waarin die alom gevreesde ‘aanzuigende werking’ de hoofdrol speelt (zie achtereenvolgens Nawijn, Verdonk, Albayrak, Leers en Teeven), zodra iemand een pardon ter sprake durft te brengen of wanneer er een voor het verblijfsrecht van vreemdelingen gunstige uitspraak wordt gedaan door een (internationale) rechter.

Maatschappelijk ontwrichtend’
Het huidige kabinet spant vooralsnog de kroon, toen Staatssecretaris Teeven dit jaar anderhalve week voor de Europese verkiezingen in het tv-programma ‘Eén op één’ de argeloze kijker overviel met de mededeling dat er sprake was van een ongekende stijging van asielzoekers naar gemiddeld duizend per week, wat –volgens de onnavolgbare telmethode van Teeven- zou leiden tot vijfenzestigduizend asielzoekers per jaar indien er niet direct maatregelen zouden worden genomen.

Twee dagen later vond niemand minder dan de Minister-President der Nederlanden, Mark Rutte (VVD), het nodig om de stijging van het aantal asielzoekers ‘maatschappelijk ontwrichtend voor het land’ te noemen.  Zwaarbeladen woorden van een premier van een gevestigde partij die sinds 2001, in navolging van opeenvolgend de LPF, Trots op Nederland en de PVV, haar basisprincipes heeft ingeruild voor een polariserend, nationalistisch en onverdraagzaam geluid, en gestaag met de botte zaag de fundamenten van het oeroude Nederlandse maatschappelijk draagvlak voor de opvang van asielzoekers en andersoortige migranten in dit land aan het vernietigen is.

Kort na de Europese verkiezingen liep deze ongekende en maatschappelijk ontwrichtende stijging van het aantal asielzoekers plotsklaps als een fletse ballon leeg: Er was bij nader inzien weliswaar even een kortstondige stijging van het aantal asielzoekers vastgesteld, maar toch geen sprake van het door de heren staatslieden over Nederland uitgestorte rampscenario van een tsunami aan asielzoekers en de daaruit volgende maatschappelijke ontwrichting. Excuses voor deze vorm van staatshysterie kwamen er vanzelfsprekend niet. Het hoort namelijk bij de toon waarmee de voorbije zes kabinetten het immigratie-onderwerp hebben benaderd. Een hardvochtige, kille retoriek waarbij dermate gehamerd wordt op het restrictieve karakter van het Nederlandse asielbeleid dat een eventuele stijging van het aantal asielzoekers politiek Den Haag standaard in een kramp doet schieten. Een nadere blik op de praktijk van de asielwetgeving toont onweerlegbaar dat dertien jaar knutselwerk aan de Vreemdelingenwet heeft geleid tot een asielpraktijk waarbij de instroomcijfers en de aan de dag gelegde ijver om deze zo laag mogelijk te houden leidend zijn geworden. Internationale rechtsverdragen worden slechts met de mond beleden, waardoor steeds meer asieladvocaten zich genoodzaakt zien naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens te trekken.

Zure vruchten
Bovenstaande tekst uit hoofde van een voorstander van Zwarte Piet is dan ook onlosmakelijk verbonden met de anti-immigratie propaganda die de rechts-conservatieve krachten in Den Haag, met PvdA en D66 als volgzame partners, de voorbije dertien jaar hebben weten te verspreiden. Het is allang niet meer uitzonderlijk dat asielzoekers in dit land in één adem worden genoemd met criminelen, uitvreters, profiteurs en, ja zelfs, terroristen. Zelfs onder politici is de term ‘gelukszoeker’ inmiddels ingeburgerd geraakt.

De ontmenselijking van asielzoekers in dit land is dan ook een gegeven.

En Nederland als natie de grote verliezer.

 

Voorstanders Zwarte Piet geloven nog in 'sprookjes'

Voorstanders Zwarte Piet geloven nog in ‘sprookjes’

, , , , , , , , , , , ,

Een reactie plaatsen

Aanwezigheid VVD-, PvdA- en D66-boten op Canal Parade is ongepast!

Focus IND verschoven naar geloofwaardigheid andersgeaardheid LHBT-asielzoekers

Focus IND verschoven naar geloofwaardigheid andersgeaardheid LHBT-asielzoekers

Het voorbije eerste weekend van augustus stond Nederland naar jaarlijkse traditie in het teken van ’s werelds meest bijzondere Gay Pride, de Canal parade! Van de tachtig door selectie aangewezen deelnemende boten kregen de Joodse en Marokkaanse boten afgetekend de meeste media-aandacht. Ook de politiek was goed vertegenwoordigd, met de in partijkleuren getooide boten van D66, VVD, PvdA en GroenLinks. Deze partijen hebben de voorbije decennia met andere partijen in de Tweede Kamer in wisselende mate elk een bijdrage geleverd aan de opbouw en het in cement gieten van een gelijke rechtspositie voor de LHBT-minderheid in de Nederlandse samenleving.

Toch gaf de aanwezigheid van met name D66, VVD en PVDA op dit jaarlijkse hoogtepunt van de festiviteiten voor de emancipatie en verworven rechten van LHBT-gemeenschappen mij een ongemakkelijk gevoel. Dit zijn namelijk ook de politieke partijen die de voorbije twee decennia in wisselende mate hun stempel hebben gedrukt op het huidige asielbeleid. Een beleid wat, met de nodige aanpassingen door politieke partijen die hun oren hebben laten hangen naar ’s lands meer en meer uitgesprokener wordende onderbuikgevoelens jegens vreemdelingen, steeds restrictiever is geworden. Een beleid dat jaarlijks mannen, vrouwen en transgenders, op de vlucht voor een in hun thuislanden diepgewortelde en door culturele, religieuze dan wel politieke krachten opgehitste haat jegens hun andersgeaardheid, op ondeugdelijke gronden een veilige verblijfplaats binnen onze grenzen ontzegt.

LHBT-asielzoekers
Zo voer de Oegandese homoseksuele asielzoeker Babu Semaija de eerste zaterdag van augustus 2014 ook mee in de bonte botenstoet op de Amsterdamse grachten. Ondanks de in internationale media uitgebreid beschreven ‘kill the gays’-wet die het voorbije jaar in het Oegandese Parlement werd aangenomen, is het asielverzoek van Babu afgewezen. De Nederlandse Immigratie- & Naturalisatiedienst (IND) acht de andersgeaardheid van Babu namelijk niet geloofwaardig, en dit op grond van het enkele feit dat Babu praktiserend moslim is. Een moslim kan volgens de immigratiedienst geen homo zijn. Blijkbaar heeft de IND nog nooit gehoord van de Roze Imam, de Britse LGBTQI Muslim Support Group Imaan, de homovriendelijke moskee in Parijs , … .

VVD-boot op Canal Parade 2014

VVD-boot op Canal Parade 2014

Helaas laat de praktijk zien dat de zaak van Babu geen uitzondering is. Sinds de IND wettelijk niet langer als gronden voor afwijzing mag opwerpen dat van een LHBT-asielzoeker verwacht mag worden dat deze bij terugkeer terughoudendheid dient te betrachten in het uiten van diens andersgeaardheid, het zogenaamde ‘discretion requirement’ wat tot voor kort de gangbare praktijk was(!), heeft zij haar focus verlegd op de beoordeling van de geloofwaardigheid van de vermeende homoseksualiteit van de asielzoeker*. Dit geldt des te meer in zaken van LHBT-minderheden uit bepaalde landen die in de ambtsberichten als kwetsbare groep zijn aangeduid en als zodanig in aanmerking komen voor een asielstatus. Deze beoordeling gebeurt in veel gevallen vanuit een westers georiënteerd wereldbeeld, waarbij alles wat daarvan afwijkt als bevreemdend wordt beschouwd en -bij elkaar opgeteld- als grond voor afwijzing naar voren wordt gebracht.


‘In welke standje werd u betrapt?’

Uit het rapport Fleeing Homophobia(PDF!) van de Vrije Universiteit Amsterdam (2011), gestoeld op een uitgebreid onderzoek naar LHBT-asielzaken in verschillende EU-landen, komen de volgende praktijkvoorbeelden uit het Nederlandse asielbeleid aan bod:

  • In de zaak van een Iraanse asielzoeker, die had verklaard door derden ‘in flagrante delicto’ in bed te zijn betrapt met zijn vriend, achtte de IND de homoseksualiteit van betrokken asielzoeker niet geloofwaardig op grond van het gegeven dat hij ontwijkend had geantwoord op de vraag in welke seksuele positie men hen had betrapt. Hoewel de rechtbank daarop oordeelde dat niet verwacht mag worden van de asielzoeker om dergelijke details te verstrekken ter onderbouwing van zijn homoseksualiteit, is de IND in deze zaak in hoger beroep gegaan (p. 55, voetnoot 198).
  • In de zaak van een Burundese homoseksuele man die in zijn thuisland een huwelijk met een vrouw was aangegaan, oordeelde de IND dat ‘het ernstige bevreemding wekt dat een man, die eerder een vier jaar durende homoseksuele relatie zou hebben gehad, zonder enige publieke uitingen van bezwaar een huwelijk met een vrouw aangaat’ (p. 58, voetnoot 205).
  • De biseksualiteit van een Jamaicaanse asielzoeker werd ongeloofwaardig geacht door de IND omdat betrokkene had aangegeven van mening te zijn dat zijn homoseksuele gevoelens in zijn geval niet genetisch bepaald waren (p.61, voetnoot 222).
  • Een Irakees die had verklaard niet zeker te weten dat hij homoseksueel was, op grond van het gegeven dat hij slechts gevoelens had ervaren voor de man met wie hij gedurende vijf jaar een seksuele relatie had gehad, werd door de IND niet als een homoseksueel beschouwd. Ter onderbouwing verwees de IND naar het gegeven dat in Arabische landen jonge mannen voor het huwelijk vaak onderling seksuele relaties hebben omdat een voorhuwelijkse seksuele relatie met een vrouw taboe is. De rechtbank van Groningen achtte deze redenering van de IND ongegrond en speculatief (p.61, voetnoot 223).

Onmogelijke positie
Het moge duidelijk zijn dat Babu niet alleen staat in zijn onmogelijke positie om een hem onwelwillende overheid te overtuigen van diens homoseksuele geaardheid. Alle mooie woorden ten spijt worden in de praktijk de rechten van LHBT-asielzoekers in Nederland tot op de dag van vandaag ernstig met de voeten getreden en botst deze groep op een ongemeen restrictief asielbeleid dat wordt aangedreven door een politiek die elke asielzoeker als ongenode gast beschouwt.

Zo diende onlangs de beroepszaak van een Nigeriaanse asielzoeker, van wie de IND de homoseksuele geaardheid als ongeloofwaardig had bestempeld omdat, aldus de IND, betrokkene summiere en vage verklaringen had afgelegd over zijn gestelde homoseksualiteit. De IND wierp de asielzoeker tegen dat hij gedurende het gesprek met de immigratieambtenaar, ondanks het geven van concrete antwoorden op gerichte vragen, onvoldoende uit zichzelf had uitgeweid over het proces van bewustwording van zijn homoseksuele gevoelens en de wijze waarop hij dit had beleefd in Nigeria. De Rechtbank oordeelde dat de houding van de IND in deze laakbaar was, verwijzend naar het gegeven dat in Nigeria homoseksualiteit bij wet strafbaar is en er een zwaar maatschappelijk taboe op rust. Daarenboven wierp de Rechtbank op dat de IND het in haar gesprek met de asielzoeker had verzuimd om het onderwerp van het bewustwordingsproces van zijn homoseksualiteit middels verschillende manieren van vraagstellingen naar voren te brengen**.

De ijver die de voorbije kabinetten aan de dag hebben gelegd om de gelijke rechtspositie van de Nederlandse LHBT-gemeenschap te bewerkstelligen en te verankeren in het wetsbestel staat dan ook in schril contrast met de wijze waarop men vanuit Den Haag is omgegaan met de rechten van (LHBT-)asielzoekers.

Volgend jaar toch maar de boten van de VVD, PvdA en D66 weren van de Gay Pride festiviteiten. Lijkt me een passend signaal. Het bevorderen en respecteren van de rechten van LHBT-minderheden mag namelijk niet afhankelijk worden van het paspoort dat een individu binnen onze landsgrenzen op zak heeft.

 
Geraadpleegde bronnen:

* Fleeing Homophobia: Asylum Claims Related to Sexual Orientation and Gender Identity in Europe. Jansen, S., & Spijkerboer, T., Vrije Universiteit Amsterdam, COC Nederland, September 2001.
** Rechtbank Den Haag, 22 april 2014, AWB14/8051 (zoals vermeld in Update 2014, nr. 18, Vluchtelingenwerk Nederland)

, , , , , , , , , , ,

Een reactie plaatsen

Een lesje recht spreken in asielzaken: UK Supreme Court versus Raad van State

Illustratie: Matthias Giesen

Illustratie: Matthias Giesen

Een gerechtelijke uitspraak(PDF!), met mogelijk verregaande gevolgen, misschien zelfs de Britse landgrenzen overstijgend, voor de bewijsvoering in asielzaken waarin het vraagstuk over de geloofwaardigheid van de herkomst van een asielzoeker een centrale rol speelt. Zo kunnen we het best de recente uitspraak van Het Britse Hooggerechtshof, de UK Supreme Court, omschrijven.

Dit Hof, te vergelijken met de Raad van State in Nederland, sprak zich onlangs uit in een zaak van twee asielzoekers uit Somalië, van wie de herkomst werd betwist door de Britse immigratiedienst. Laatstgenoemde beriep zich op een taalanalyse waarbij de taligheid van de betrokken asielzoekers was geanalyseerd en waarvan de conclusies eenduidig een herkomst in het naburige Kenia opwierpen. In deze zaak wijst het Britse Hooggerechtshof op een aantal knelpunten in het huidige gebruik van de taalanalyse als middel herkomstbepaling, en maakt zij een aantal aanbevelingen. De uitspraak in kwestie is door het Hooggerechtshof aangeduid als een zogenaamde ‘leidende uitspraak’, wat inhoudt dat alle rechters in het Verenigd Koninkrijk de in genoemde uitspraak gedane opmerkingen en aanbevelingen vanaf heden als ijkpunten dienen te nemen in asielzaken waarin een taalanalyse een rol speelt. Deze uitspraak zou derhalve een breuk kunnen betekenen met de wijze waarop de voorbije jaren zowel door rechters als de immigratiedienst het onderzoeksinstrument van de taalanalyse vaker dan niet, ondanks aanhoudende kritiek van wetenschappers wereldwijd, als exact wetenschappelijk bewijs is gehanteerd in de bewijsvoering omtrent het waarheidsgehalte van de -vermeende- herkomst van een asielzoeker.

Taalanalyse in Nederland
Ook in Nederland speelt de taalanalyse een grote rol van betekenis in vraagstukken omtrent de geloofwaardigheid van de herkomst van –vaak documentloze- asielzoekers. Daar waar het Verenigd Koninkrijk pas sinds enkele jaren gebruik maakt van de taalanalyse in de asielprocedure en een overeenkomst heeft gesloten met het Zweedse semi-private taalanalysebureau Sprakab voor de uitvoering van de taalanalyses, heeft de IND het onderzoeksinstrument reeds sinds 2001 omarmd. Na een proefproject met Iraakse asielzoekers eind jaren negentig, besloot de IND een bureau op te richten, thans bekend onder Bureau Land en Taal (BLT), naar het model van haar Zweedse tegenhangers (Sprakab/VerifiedAB).

Taalanalyses worden als volgt uitgevoerd: Bij twijfel aan de vermeende herkomst van een asielzoeker wordt de asielzoeker uitgenodigd voor een zogenaamd taalanalyse interview. Dit interview wordt verricht door een ambtenaar van de IND, die de asielzoeker ondervraagt over diens vermeende land. regio en stad van herkomst, diens etnische achtergrond en eventuele daaraan gerelateerde tradities en gebruiken, …; Het reisverhaal en vluchtredenen komen uitdrukkelijk niet aan bod tijdens dit interview. Voorafgaand aan het interview wordt de asielzoeker in kwestie verzocht om de vragen te beantwoorden in diens moedertaal dan wel de taal die hij/zij in het dagelijkse leven in het land van herkomst bezigde. De vragen van de zijde van de IND-ambtenaar worden in de Nederlandse taal gesteld, die vervolgens worden vertaald door een aanwezige tolk. Een gemiddeld interview duurt zo’n 30 tot 50 minuten. De opname van het interview wordt vervolgens naar BLT gestuurd, waar een taalanalist de opname van de spraak van de betrokken asielzoeker analyseert met het oog op de vermeende herkomst van de asielzoeker. De bevindingen van de analist worden in een rapport met een vast format opgesteld, welke is gestoeld op twee fundamenten: 1. Analyse van de door betrokken asielzoeker naar voren gebrachte herkomstinformatie, en 2. Analyse van de spraak van de asielzoeker. Dit rapport wordt vervolgens besproken met één van de vier linguïsten in dienst van BLT, en daaropvolgend kenbaar gemaakt aan de IND, die de aan deze taalanalyse verbonden conclusies meeneemt in haar afweging van het asielverzoek.

 

Indien de conclusie van de taalanalyse de door de asielzoeker verklaarde herkomst ‘eenduidig’ verwerpt, dan is dit voor de IND in veel zaken voldoende om, in combinatie met het onvermogen van de asielzoeker om identiteitsdocumenten te overleggen, het asielverzoek af te wijzen op grond van ongeloofwaardigheid. In de Nederlandse asielprocedure kan een negatieve taalanalyse enkel en alleen door een contra-expertise aangevochten worden. De afgelopen jaren hebben de Raad van State en het Centraal Opvang Asielzoekers (COA) allerlei aanvullende eisen met betrekking tot, respectievelijk, de toelaatbaarheid en financiële vergoeding van deze contra-expertise opgeworpen. Hierdoor zijn de mogelijkheden en de keuzevrijheid van asielzoekers om een (voor de Raad van State en het COA) geschikte contra-expert te vinden ernstig beperkt geworden. Zo is een harde eis van de Raad van State (en het COA) onder meer dat de identiteit van de contra-expert bij hen bekend is en dat deze verbonden is aan een internationaal erkend en gerespecteerd instituut. Daartegenover staat dat de identiteit van de taalanalisten van BLT ‘uit veiligheidsoverwegingen’ nimmer kenbaar gemaakt dient te worden. Tevens vraagt de Raad van State slechts in uitzonderlijke gevallen om aanvullende achtergrondinformatie ter onderbouwing van de expertise van de BLT-taalanalist, zijnde (moedertaal)sprekers zonder enige taalkundige academische achtergrond afkomstig uit het vermeende herkomstgebied, die geselecteerd, getraind en begeleid worden door een BLT-linguïst.

De uitspraak
In het stuk hieronder worden de belangrijkste punten uit de uitspraak van het Britse Hooggerechtshof aangestipt, waarbij in cursief een vergelijking wordt gemaakt met de wijze waarop de Raad van State zich de voorbije jaren, in vraagstukken met betrekking tot de betwiste herkomst van een asielzoeker, heeft gebogen over de rol, waarde, toelaatbaarheid én betrouwbaarheid van de taalanalyse in de Nederlandse asielprocedure.

De Rechters van de UK Supreme Court wijzen zowel de immigratiedienst als de rechters en het Hoogste Gerechtshof zelf op een aantal plichten en voorzorgsmaatregelen om zich ervan te verzekeren dat een taalanalyse in een asielzaak op degelijke en valide wijze beoordeeld kan worden.

Aanbevelingen inzake rol, vrijheden en plichten van het Hoogste Gerechtshof in behandeling asielzaken waarin taalanalyse een rol speelt:

– Het Hoogste gerechtshof mag zowel oraal als schriftelijke bewijsvoering in overweging nemen, ook als die in reguliere procedures niet toelaatbaar wordt geacht. Het gaat derhalve over relevantie en inhoudelijk gewicht, niet over toelaatbaarheid (24/35).
[De RvS heeft de voorbije jaren steeds strengere toelaatbaarheidscriteria ingevoerd voor bewijsvoering tegen de conclusies van een taalanalyse: Zo wordt thans enkel een contra-expertise als bewijsvoering geaccepteerd, die op haar beurt aan de volgende eisen moet voldoen: 1. Deze is gebaseerd op het taalanalyse-interview van de IND, 2. De contra-expert dient met naam en toenaam bekend te zijn én verbonden te zijn aan een door de Raad van State erkend contra-expertise bureau, 3. De advocaat dient -bij vertraging van de contra-expertise- gedurende de asielprocedure aan een hele reeks tijdsgebonden administratieve handelingen te voldoen ter kennisgeving aan de IND inzake de vooruitgang van de contra-expertise].

– Het door het Zweedse Sprakab gehanteerde anonimiteitsbeginsel ontheft het Hooggerechtshof niet van haar plicht om de bewijsvoering te checken die ten grondslag ligt aan deze regel (Hierbij moet opgemerkt worden dat, in onderhavige zaken, de door Sprakab verstrekte achtergrondinformatie over de taalanalist uitgebreider is (verblijf, vertrek, opleiding) dan algemeen het geval is bij BLT) (43). Het anonimiteitsbeginsel van de taalanalist dient derhalve per zaak in afweging worden genomen, en bij eventuele toekenning dient al het mogelijke te worden gedaan om de betrouwbaarheid van de bewijsvoering en de uitspraken van de analist te verzekeren (51iv).
[De Raad van State accepteert in 99% van de gevallen kritiekloos de door de IND naar voren gebrachte noodzaak voor ‘anonimiteit’ van de taalanalist van BLT. Daarentegen dient de identiteit van de contra-expert aan de Raad van State bekend te worden gemaakt.]

Aanbevelingen inzake rol, vrijheden en plichten van rechtbanken in behandeling asielzaken waarin taalanalyse een rol speelt:

– Elke zaak moet door rechters kritisch tegen het licht worden gehouden (geen pre-judgments!) (44-46). De Rechter mag zich niet blindstaren op de in de taalanalyse rapportages naar voren gebrachte ‘mate van zekerheid’, maar dient alle bewijsstukken en bewijsvoering kritisch tegen het licht te houden (47-48/59).
[De Raad van State legt in het algemeen de conclusies van de taalanalyse en de contra-expertise naast elkaar, en baseert zich in haar oordeel in de meeste gevallen op de in de conclusies naar voren gebrachte mate van zekerheid. Daar de meeste contra-experts academisch geschoolde linguïsten zijn, hanteren zij vaker een zekere mate van gereserveerdheid in hun conclusies, tegenover de vaak ‘eenduidige’ conclusies van de taalanalisten van BLT].

– Kritische vragen van de zijde van de advocaat over de expertise van de taalanalist, op grond waarvan deze in dergelijke mate en met een dergelijke zekerheid zo specifiek dialecten aan bepaalde regio’s kan linken, dienen in een bezwaarprocedure beantwoord te worden (61).
[Zover mij bekend worden dergelijke kritische vragen door de Raad van State in 99% van de gevallen als ontoereikende ‘kritische kanttekeningen’ weggewuifd].

Aanbevelingen inzake rol, vrijheden en plichten van de taalanalist en de rapportages taalanalyse:

– De taalanalist dient in zijn rapport zowel de bron als de aard van zijn expertise in de betrokken geografie/cultuur toelichten, op basis waarvan deze zijn conclusies trekt. Eventuele fouten dan wel gebrek aan kennis bij de asielzoeker moeten expliciet worden vermeld (contrastieve methode) (51iii).
[Zoals eerder aangegeven is de verstrekte achtergrondinformatie over de expertise van de taalanalist uiterst summier. BLT-rapportages bevatten zelden een overzicht van geraadpleegde bronnen].

– Ongesubstantieerde uitspraken van de zijde van de taalanalist dienen als onacceptabel te worden beschouwd (51iii). Uitspraken, zoals bijvoorbeeld dat de taligheid van de asielzoeker ‘sounds rehearsed for the occasion’, dienen door rechters als grond voor voldoende twijfel over de betrouwbaarheid van de taalanalyse te worden beschouwd (53-57).
[De Raad van State heeft in het algemeen geen problemen met dergelijke ongefundeerde ‘opinies’ van de zijde van de taalanalist].

Aanbevelingen inzake rol, vrijheden en plichten van de Immigratiedienst bij het inroepen en hanteren van een taalanalyse in haar bewijsvoering:

– Beslisambtenaren moeten zich niet laten leiden door de mate van zekerheid zoals aangegeven door de taalanalist in diens conclusie, doch dienen altijd alert te zijn op de mogelijke aanwezigheid van fouten.

– De Immigratiedienst roept de taalanalyse in, derhalve is het aan deze om actief de ingeroepen expertise en geschiktheid van deze naar voren te brengen, en de resultaten van deze taalanalyse ten behoeve van de bewijsvoering op juiste waarde te schatten.
[Zoals bekend verwijst de IND, ongeacht de aard van het bezwaar van de advocaat van de asielzoeker, stelselmatig naar eerdere uitspraken van de Raad van State waarin de betrouwbaarheid en validiteit van het taalanalyse-instrument werd bekrachtigd].

————————————————————————————–
De UK Supreme Court heeft deze ‘leidende uitspraak’ gedaan naar aanleiding van de volgende twee zaken:
1. Zaak MN: Geboren te Mogadishu, behorende tot de minderheidsgroep Benadiri-Reer Hamar- Shanshi. Datum van aankomst: 16/08/2009; Conclusie Sprakab-rapportage: (eenduidig) Somalisch dialect zoals in Kenia gesproken.
2. Zaak KY: Geboren te Mogadishu in februari 1998, behorende tot de minderheidsgroep Benadiri-Reer Hamar-Sharif Omar. Datum van aankomst: 30/11/2008; Conclusie Sprakab-rapportage: (eenduidig) Somalisch dialect zoals in Kenia gesproken.

Achtergrond Taalanalist Sprakab: Geboren op 12/10/1968 te Mogadishu, verhuisd naar Zweden in 1990 (d.i. bij aanvang burgeroorlog en twee jaar na geboorte KY). Sindsdien niet meer naar Somalië gereisd. Opleiding: Rechtsgeleerdheid & sociale rechtswetenschappen.

Bron: UK Supreme Court Judgment given on 21 May 2014, in case of Secretary of State for Home Department vs. MN and KY (Respondents) (Scotland), before Lord Neuberger, President, Lord Clarke, Lord Carnwath, Lord Hughes, Lord Hodge

, , , , , , , , , , ,

1 reactie

Teeven kiest zijn eigen verantwoordelijkheden

Teeven

Afgelopen week zat ik wat afwezig, tussen een online gesprekje op Facebook en een spelletje Wordfeud, het journaal te kijken, toen ik vanuit mijn ooghoek Staatssecretaris Teeven in de Tweede Kamer stellig zag verklaren dat wat hem betreft dit nou bij uitstek een onderwerp is waar men een Staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie op mag afrekenen. De gedachte dat de heer Teeven zich de voorbije zinderende zomermaanden had overgegeven aan de nodige zelfreflectie en als een herbronnen en herboren staatsman het nieuwe politieke jaar was aangevangen waarin hij alles anders zou doen maakte zich even van mij meester. Le nouveau Teeven est arrivé!? 

Teeven heeft iets gevonden waar hij wél verantwoordelijkheid voor wil dragen(videofragment 1 minuut)

Nee, helaas, meneer Teeven had me maar weer eens op ’t verkeerde been gezet. De man die het voorbije jaar de acties van honderden in tentenkampen gegroepeerde en door de overheid in achteraf straatjes gedumpte asielzoekers onbewogen terzijde had geschoven met de oneliner ‘de wet is de wet, en uitgeprocedeerd is uitgeprocedeerd’, die de opeenstapeling van fouten in de zaak van de tot zelfmoord gedreven Russische activist Dolmatov als ‘een incident’ betitelde, die op de vooravond van het Dolmatov-debat in de Tweede Kamer het aanwenden van zijn discretionaire bevoegdheid om een Kameroenese dorststaker alsnog een verblijfsvergunning te verlenen als ‘puur toeval’ wegwuifde, die in datzelfde debat knarsetandend en met duidelijke tegenzin de Kamer beloofde om ‘de menselijke maat’ in de toepassing van het asielbeleid terug te brengen om vervolgens onder valse voorwendselen dat medische zorg in het thuisland is geregeld, door gebruik van zeer twijfelachtig bekomen reisdocumenten én tegen het advies van de begeleidende vertrouwensarts in groen licht te geven voor verschillende kort op elkaar volgende uitzetpogingen van een aantal uitgeputte honger- en dorststakende asielzoekers uit Guinée…

Deze man vindt zijn inzet en geplande maatregelen om voortvluchtige criminelen achter de tralies te krijgen wél een onderwerp waarop de Kamer hem mag aanspreken én afrekenen. Want dat is nou bij uitstek een onderwerp waar een Staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie verantwoordelijkheid voor mag worden gehouden, aldus de heer Teeven. Het zorgdragen van structureel adequate medische zorg voor de onder de hoede en verantwoordelijkheid van de Staat verkerende asielzoekers, het erop toezien en uitvoeren van een rechtvaardige beoordeling van vluchtverhalen, het bewaken van de menselijke maat in procedures die door de meest kwetsbaren in deze samenleving worden ondergaan… nee, dàt zijn nou zaken waarop deze Staatssecretaris niet wil of zou mogen worden aangesproken, laat staan op worden afgerekend, zo heeft het afgelopen jaar ons geleerd.

De heer Teeven behoort dan ook tot een partij die vrede, vrijheid en verantwoordelijkheid voor allen predikt, maar in de praktijk vrede en vrijheid als een privilege beschouwt die enkel voor de autochtone medemens geldt, mits deze zichzelf kan bedruipen natuurlijk, en enkel verantwoordelijkheid wil nemen voor de korte-termijn-resultaten van haar beleid waarin de botte bijl de boventoon voert. Voor de spaanders, of het nou vreemdelingen (asielzoekers, illegalen) of autochtone Nederlanders (chronisch zieken, mensen in de bijstand, arme gepensioneerden, ..) betreft, geeft de VVD liever niet thuis.

In dat opzicht is de heer Teeven met verve een rasechte VVD’er.

, , , , , , , , ,

Een reactie plaatsen

Exit PvdA ‘nieuwe stijl’

Tijdens de verkiezingscampagne telde IEDEREEN mee...

Tijdens de verkiezingscampagne telde IEDEREEN mee…

‘De opvang voor vreemdelingen moet menswaardig zijn (…)’, aldus verwoordt de Partij van de Arbeid (PvdA) haar standpunt over het asielbeleid en de opvang van asielzoekers. Vanmiddag presenteerde zich een uitgelezen mogelijkheid voor de voltallig aanwezige PvdA-fractie om dat standpunt in daden om te zetten, toen Joelle Voordewind namens de ChristenUnie een motie indiende waarin hij het kabinet opriep om opvang te verzekeren voor de Iraakse en Somalische uitgeprocedeerde asielzoekers. Aanleiding voor de motie is het Haagse tentenkamp Koekamp en het inmiddels ontruimde tentenkamp aan de Notweg in Amsterdam, welke door voornamelijk Iraakse en Somalische uitgeprocedeerden zijn opgericht om aandacht te vragen voor hun precaire situatie.

De Irakezen weigeren op dit moment terugkeer naar Irak in overweging te nemen omdat de situatie aldaar door de aanhoudende bomaanslagen en de afwezigheid van een sterk centraal veiligheidsapparaat als zeer onveilig is aan te merken. De Irakese overheid, die thans gebukt gaat onder de terugkeer van honderdduizenden gevluchte Irakezen uit Syrie, weigert op haar beurt visa te verschaffen aan onderdanen die niet op vrijwillige basis wensen terug te keren. Voor Somalische asielzoekers is terugkeer helemaal niet mogelijk, wat inmiddels -te langen leste- door de Raad van State is bevestigd. Individuen uit het relatief veilige noorden kunnen niet terug omdat de autoriteiten van het niet erkende Somaliland de door de IND verstrekte EU-laissers passers niet erkennen. Voor hen die afkomstig zijn uit het onveilige zuiden en midden van Somalie kan door het voortdurende geweld tussen de fundamentalistische al-Shabab-milities en de coalitie van Keniaanse, Ethiopische en de onder de vlag van de Afrikaanse Unie opererende Burundese en Oegandese troepen, een veilige terugkeer eveneens niet gegarandeerd worden.

Normaliter schrijft de VreemdelingenWet voor dat uitgeprocedeerde asielzoekers, die buiten hun schuld niet naar het herkomstland terug kunnen keren, een -tijdelijke- verblijfsvergunning verleend moeten worden. Dit zogenaamde buitenschuld-criterium wordt, mede door de strenge en restrictieve invulling door de IND én de Raad van State van de Vreemdelingenwet, zelden toegepast. Gevolg: Honderden Irakese en Somalische asielzoekers hebben de asielprocedure doorlopen, hun asielverzoek afgewezen omdat zij niet ‘overtuigend’ bewijs hebben kunnen aanleveren dat zij ‘persoonlijk’ vervolgd werden, en zijn vervolgens in een terugkeertraject opgenomen. Velen zijn daarbij ‘uit voorzorg’ opgesloten in vreemdelingendetentie, in afwachting van de uitkomst van het terugkeertraject. Een uitkomst, die al wat jaartjes het zelfde is maar die steevast door Minister Leers, en thans Staatssecretaris Teeven -in de meest omfloerste bewoordingen- wordt ontkend. En zo zijn de afgelopen jaren jaarlijks honderden Somalische en Irakese uitgeprocedeerden vanuit opvang- en vreemdelingendetentiecentra op straat uitgebraakt  -met de boodschap ‘op eigen kracht’ het land te verlaten- waarmee de Nederlandse overheid volgens sommige schattingen zo’n vijfduizend dakloze ‘illegalen’ heeft gecreeerd.

Het zijn deze mensen, althans een fractie ervan, die thans middels de oprichting van tentenkampen niet alleen een ‘oplossing’ maar hun recht op bestaan eisen. De motie van Voordewind die vandaag werd ingediend voorzag niet in een oplossing, maar wel in een tegemoetkoming van een basisrecht voor elk individu, met name het recht op een dak boven het hoofd (opvang).

Het voorstel tot het honoreren van dit universele basisrecht werd echter bij hoofdelijke stemming verworpen door de voltallige PvdA-fractie, en sneuvelde daarmee in de Tweede Kamer. Slechts 39 Kamerleden van de oppositie ondersteunden de motie. Tot zover de PvdA ‘nieuwe stijl’.

Wie herinnert zich nog de geroemde zelfkastijding door het nieuwe wonderkind Samsom tijdens de verkiezingscampagne dat de PvdA terug moest keren naar zijn grondbeginselen en principes? Mooie woorden, en niet zonder enig succes, gezien de eclatante verkiezingswinst voor de partij, maar inmiddels vergeten nu de PvdA zich wederom in het centrum van de uitvoerende macht heeft genesteld. De nederigheid die de PvdA zich aanmat tijdens de verkiezingscampagne, viel als een masker zodra de verkiezingsuitslag duidelijk werd.

Sinds de installatie van de nieuwe Tweede Kamer heeft PvdA-kamerlid Martijn van Dam het woordvoerderschap van het asielbeleid overgedragen aan Khadija Arib. Nochtans een actief gebruikster van Twitter, blijft zij opvallend stil over de tentenkampen en de recente gebeurtenissen in Amsterdam en Den Haag. Zwijgen is schuld bekennen. Het zou zomaar een uitspraak van Teeven geweest kunnen zijn… .

, , , , , , , , ,

Een reactie plaatsen

GEZOCHT! Staatsmanschap

Amsterdam, gisterenavond (30 november 2012). Na een door een politiemacht afgedwongen ontruiming van het tentenkamp aan de Notweg te Amsterdam-Osdorp eerder op de dag, werden de meeste demonstrerende -voormalige- kampbewoners vanuit verschillende politiebureau onder de mantel van de ingezette duisternis weer de Amsterdamse straten op gestuurd. Dankzij een initiatief van bezorgde burgers werd een negentigtal geklinkerden uit de ijzige vrieskou gehaald en werd hen onderdak verschaft in de Vondelbunker waar ze tijdens de nachtelijke uurtjes tot rust konden komen.

Waar de groep vannacht zal slapen weet niemand. Tussen de drugsverslaafden willen de asielzoekers liever niet slapen (de optie Burgemeester van der Laan), en achttien maanden doorbrengen achter tralies onder een sober régime met nauwelijks medische voorzieningen in één van de vele vreemdelingendetentiecentra die dit land telt is voor de meesten ook geen optie, al was het maar omdat het gros onder hen reeds één of meerdere keren dat traject heeft doorlopen om vervolgens wederom door de autoriteiten op straat te worden geklinkerd  Het andere tentenkamp in het Koekamp in Den Haag is naar aanleiding van de ontruiming van het tentenkamp aan de Notweg op bevel van burgemeester Jozias van Aartsen (VVD) inmiddels afgeschermd met een politiemacht, opdat geen enkele van de in Amsterdam op straat gegooide asielzoekers zich zouden kunnen aansluiten bij de Haagse protesten.

Het moge duidelijk zijn: In Nederland hebben we te maken met het morele faillissement van de VVD en PvdA, die uit een kortzichtig politiek zelfbehoud en vrees voor een bekrompen en ‘eigen volk eerst’-achterban de basisrechten van individuen uit den vreemde gemakzuchtig vertrappelt. Geen rechte rug dan wel staatsmanschap te bespeuren in dit landje … en zo lijkt een sinds 2001 ingezette traditie te worden voortgezet.

, , , , , , , , ,

Een reactie plaatsen

%d bloggers liken dit: